Snelcursus cultuur in Nederland
In 2001 bracht de Zuid-Afrikaanse journalist Adrienne Sichel op voorstel van Holland Dance Festival een vijfdaags bezoek aan Nederland. Als een wervelwind ging ze langs instanties, optredens, politici, cultuurbeleidsmakers. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam. Drie jaar later klinkt het enthousiasme nog steeds oprecht. ‘Het was uiterst zinvol, zegt ze. Maar ze hijgt als ze erover vertelt . ‘Het was een briljant programma, maar die dag van aankomst had iets minder hectisch mogen zijn. Vijf, zes gesprekken op een dag, dat was tamelijk ontmoedigend. En dan die deprimerende stad, Rotterdam...’
Een bont gezelschap Zuid-Afrikanen heeft de afgelopen jaren Nederland bezocht. Naast journalisten als Sichel, waren er financieel deskundigen, programmamanagers en consultants. De bezoeken waren volgens alle benaderde deelnemers uiterst zinvol. ‘Een absoluut fantastisch programma’, zegt Nicky du Plessis, kunst consultant in Durban. ‘Ik heb alleen maar belangstellende en gepassioneerde mensen gesproken.’
Voor Sichel was het bezoek een soort snelcursus ‘cultuur in Nederland’. Een ‘intense culturele injectie’, noemt ze het zelf. Ze zag de wortels van de Afrikaner cultuur . ‘Maar de aankomst van Sinterklaas, met al die Zwarte Pieten was schokkend.’ Op professioneel vlak was het voor Sichel, die over dans, theater en cultuurbeleid schrijft, fascinerend te zien hoe Zuid-Afrikaanse kunstenaars voor een Nederlands publiek optreden en met dat publiek communicieren. ‘De kwalitateit is verbeterd.’ Ze kreeg meer inzicht in de context van de Nederlandse producties die naar Zuid-Afrika worden gehaald. En belangstellend volgde ze hoe Nederland de derde generatie allochtonen bij de cultuur probeert te betrekken. ‘Raciale barrières en polarisatie zijn nog altijd een groot probleem in Zuid-Afrika’ zegt ze. Dankzij haar reis naar Nederland ontdekte ze zelfs verborgen Zuid-Afrikaanse juweeltjes, zoals de Sibikwa Players uit Benoni, even buiten Johannesburg. Zodra ze terug was in Zuid-Afrika heeft ze hen gebeld voor een afspraak en een artikel.
Consultant Nicky Du Plessis was vooral geïnteresseerd in de problematiek rond cultureel erfgoed. Ze sprak met mensen van het Tropenmuseum en het Wereldmuseum. ‘Ik leerde over het samenstellen en organiseren van collecties. Hoe je die tot leven kunt wekken en tot het publiek laat spreken. Het bezoek heeft veel contacten opgeleverd.’ Ze is een soort vraagbaak geworden. ‘Ik kan nu veel beter Nederland-Zuid-Afrikaanse samenwerkingsverbanden vastleggen. Mensen benaderen mij van beide kanten als ze informatie of contacten willen. Op die manier is het Siwela Sonke Dance Theatre uitgenodigd voor het World Children Festival. ’
Jaco van Zyl, financieel manager bij het Departement van Kunst en Cultuur, en zijn collega Ithumeleng Letsebe keken tijdens hun bezoek vooral naar de wijze waarop de Nederlandse overheid kunst en cultuur financiert. De nadruk lag op een efficiëntere structurering, zodat overheidsgelden sneller op de plaats van bestemming komen. Van Zyl en Letsebe verdiepten zich in indirecte financiële verantwoording, waarbij een instelling vooral door de overheid wordt gefinancierd, maar aan een bestuur rapporteert.
Natuurlijk kan het altijd beter. Sichel had graag wat minder gesprekken en wat meer optredens gehad, met name op multicultureel vlak en hip-hop. Ze had ideeën willen krijgen over hoe de tomeloze Zuid-Afrikaanse energie onder de jeugd gestroomlijnd kan worden. Du Plessis merkt, net als Sichel, op dat het programma bij vlagen te intensief en vermoeiend was. ‘Maar er was constant sprake van dialoog en wederzijdse belangstelling.’
http://www.dutchembassy.co.za


