Private financiering in de cultuursector
De laatste maanden is de discussie over private financiering in de culturele sector stevig opgelaaid. Met een schuin oog wordt gekeken naar de VS. Wat zijn de mogelijkheden? En hoe blijft de onafhankelijkheid gewaarborgd? Een inventarisatie.
Tijdens een vergadering van de vaste commissie OCenW, afgelopen november, zei commissielid Frank de Grave (VVD) het treffend: 'Grote delen van de culturele sector zijn nog zó sterk gericht op het subsidiecircuit dat men slecht openstaat voor bijdragen van particulieren en bedrijven. Men ziet dat vaak als bedelen. Het vragen van subsidies aan de belastingbetaler beschouwt men blijkbaar niet als bedelen. Het is kennelijk een mentaliteitskwestie.'
Uit cijfers blijkt dat private financiering inderdaad een marginale rol inneemt in de Nederlandse cultuursector. Bij de Nederlandse musea bijvoorbeeld komt 63% van de begroting van de overheid, 29% uit kaartverkoop en andere commerciële activiteiten en slechts 8% uit particuliere bijdragen. Hoe anders is het in de VS, waar liefst 39% van het budget afkomstig is uit private financiering en maar 28% uit de staatskas.
De oorzaak van het grote verschil met de VS is volgens hoogleraar filantropie Theo Schuyt (Vrije Universiteit Amsterdam) vooral een verschil in ideologie. Nederland is na de oorlog in de greep geraakt van de verzorgingsstaat, zo stelde hij eind vorig jaar tijdens het debat 'Buit ons uit' over private financiering: 'Privé-giften zijn bijna uitgebannen'. In de VS daarentegen, waar de idee van small government breed wordt gedragen, zijn bijdragen van particulieren en bedrijven even vanzelfsprekend als onmisbaar.
Filantropie wordt in de VS dan ook uiterst serieus genomen. Het vak wordt al decennialang op wetenschappelijk niveau beoefend, de verscheidenheid aan soorten giften en bijbehorende fiscale regelingen is veel groter dan in Nederland en het culturele veld neemt het relatiemanagement met bestaande en potentiële financiers bijzonder professioneel op. Musea en theaters gaan op hun websites soms opvallend ver in de benadering van potentiële schenkers. Van informatie over giften, sponsoring en legaten zal niemand in Nederland opkijken. Wat opmerkelijker is een pontificale donate button die uitnodigt tot een online schenking - met de creditcard uiteraard (in Nederland heeft het Prins Bernhardfonds dit ook red.).
Zo expliciet zal het er in de Nederlandse context niet snel aan toegaan, wel voorziet Schuyt op termijn een 'cultuuromslag'. Belangrijke spelers in het veld, zo bleek tijdens genoemd debat, zouden een toename van particulier investeringen toejuichen. Het is daarom goed om de bijzondere financieringsvormen uit het buitenland, met name uit de VS, eens op een rij te zetten.
In ruil voor een gift - het gaat vaak om significante bedragen - ontvangt de donateur een vaste jaarlijkse vergoeding van het goede doel in kwestie, bijvoorbeeld gebaseerd op de renteopbrengsten van het geschonken bedrag. Bij overlijden vervalt de gift aan de instelling. Het voordeel voor de schenker is dat zijn gift direct belastingvoordeel oplevert.
Vergelijkbaar met bovenstaande regeling, alleen wordt de jaarlijkse betaling uitgesteld. Deze regeling is vooral aantrekkelijk voor jongere donateurs die het geld nu niet nodig hebben, maar het liever ontvangen als aanvulling op hun pensioen.
De donateur stort vermogen in de vorm van geld, aandelen of vastgoed in een fonds. De opbrengst van dit vermogen (rente, dividend, waardestijging) komt voor een vastgestelde periode ten goede aan het gekozen goede doel. De looptijd is vaak tien of twintig jaar. Daarna valt het vermogen weer toe aan de donateur of zijn nabestaanden.
Ook hier stort de donateur vermogen in een fonds, maar het gaat hier niet zozeer om het vruchtgebruik als wel om een uitgestelde gift. Tijdens zijn leven ontvangt de donateur jaarlijks een inkomen uit het fonds. Deze inkomsten kunnen vast of variabel zijn, afhankelijk van de gekozen variant. Na zijn dood komt het vermogen toe aan het gekozen goede doel.
Overheidssubsidie die afhankelijk wordt gesteld van de hoeveelheid private financiering die een instelling weet aan te trekken.
Bovengenoemde regelingen richten zich vooral op particulieren, de groep die verreweg het grootste deel van de giften in Amerika voor haar rekening neemt. In 2001 kwam liefst 75,8% van de 212 miljard dollar van particulieren, zo blijkt uit het doorlopende onderzoek Giving USA. Nederland steekt daar schril bij af. Volgens het onderzoek Geven in Nederland kwam in 1999 slechts 37% van het totaal aan schenkingen (4,5 miljard euro) van huishoudens. In de culturele sector was dat zelfs een schamele 8%: mensen schenken liever aan religie, gezondheid en internationale hulp.
De vrijgevigheid van Amerikaanse particulieren is niet alleen te verklaren door het eerder genoemde verschil in ideologie. De fiscale regelingen zijn beduidend ruimer in de VS. Giften zijn aftrekbaar tot 50% van het inkomen, in Nederland tot 10%. De jaarlijkse inkomsten, voortkomend uit bijvoorbeeld een Charitable Remainder Trust, zijn deels onbelast. En instellingen die door zo'n regeling in bezit komen van vermogen, zijn vrijgesteld van vermogensbelasting.
D66-kamerlid Boris Dittrich stelde onlangs voor om de maximale aftrekbaarheid van giften te verhogen van 10 naar 20%. Ook pleitte hij voor meer mogelijkheden voor Matching Grants, zoals we die al kennen van de stichting Kunst & MeerWaarde. Ook van het afschaffen van de minimumaftrek voor giften (nu 1% van het inkomen) kan een positieve impuls uitgaan, net als van een aanpassing van het successierecht, zodat er minder geld naar de staatskas vloeit.
De vraag is of een fiscale prikkel alleen voldoende is. Ook het lukraak overnemen van exotische financieringsvormen lijkt geen garantie voor succes zolang particuliere schenkers de cultuursector moeilijk weten te vinden.
Ook waar het gaat om fondsenwerving bij bedrijven valt de professionele aanpak van Amerikaanse kunstinstellingen op. Ze investeren nadrukkelijk in het onderhouden van hun netwerk van financiers en tonen een hoge mate van creativiteit in het belonen van giften: een vermelding in een catalogus, een inscriptie in een donormuur, een keur aan benefit packages voor verschillende soorten sponsors, het vernoemen van zalen of vleugels, het opnemen van grote schenkers in het bestuur; het kan allemaal in de VS.
De grote vraag is natuurlijk in hoeverre dat de onafhankelijkheid aantast. Bestuurlijke invloed in ruil voor een gift is onacceptabel in de Nederlandse context, net als directe invloed op het beleid - dat heeft de Audi-case wel geleerd, toen het Stedelijk Museum in Amsterdam een commerciële deal sloot met Audi, waarbij het museum als showroom zou fungeren, en werd teruggefloten door de gemeenteraad. Maar, zo stelt Andras Szanto van het National Arts Journalism Program: 'Private financiering kan wel dwingen om meer rekening te houden met het publiek en de omzetcijfers. Dat is niet alleen maar slecht.' Wel een duidelijk nadeel noemt Szanto de willekeur die optreedt bij private schenkingen; instellingen moeten niet afhankelijk worden van de grillen van rijke particulieren of goedgeefse bedrijven. Dat neemt niet weg dat ook in de VS het grootste deel van de schenkingen volledig onafhankelijk kan worden ingezet. 'In veel gevallen is de schenker zelfs al overleden. Dus die hebben al helemaal geen invloed.'
Voor de onafhankelijkheid zouden wetenschappelijk onderzoek, conservering, onderhoud en andere basistaken altijd gewaarborgd moeten blijven. Particuliere gelden kunnen dan worden aangewend voor bijzondere aankopen en extra activiteiten. Deze ontwikkeling lijkt al ingezet. Kees van Twist, directeur van het Groninger Museum, heeft plannen om samen met de Gasunie een investeringsmaatschappij op te richten voor het financieren van grote tentoonstellingen. En Stichting DOEN richt onder de naam 'Partners in Kunst' een platform op, waarin musea, bedrijven, fondsen en individuen samen gaan werken aan private financiering.
De mentaliteitsverandering, hij is in gang gezet.
American Association of Fundraising Counsel, http://www.aafrc.org/
The Center on Philanthropy, http://www.philanthropy.iupui.edu/
American Association of Museums,http://www.aam-us.org/
Verder lezen:
Centre for the Arts, http://www.culturalpolicy.org
Québec: SODEC Fonds voor culturele industrie, Société de développement des entreprises culturelles, http://www.sodec.gouv.qc.ca
Meer over loterijen en fondsen:
http://www.artscouncil.org.uk/funding of http://www.budobs.org/gambling.htm
Koen van Santvoord is freelance journalist


