Oost-Europa, Noord-Afrika, Midden-Oosten
MATRA is in 1993 in het leven geroepen in reactie op de omwenteling in Midden-en Oost-Europa eind jaren tachtig en bereikt inmiddels ook de Arabische regio. Het programma ondersteunt transitieprocessen en politieke hervormingen. Door bij te dragen aan projecten op het gebied van actief burgerschap, een sterk maatschappelijk middenveld en een transparante overheid beoogt het programma de pluriformiteit en democratie te bevorderen.
Zuidoost- en Oost-Europa
In 2009 is MATRA herzien. Het programma ondersteunt de landen in de Westelijke Balkan en Turkije bij hun inspanningen om te voldoen aan de normen van de EU op maatschappelijk en bestuurlijk gebied. Daarnaast investeert Nederland met MATRA het proces van transitie en modernisering in de oostelijke buurlanden van de Europese Unie en Rusland. Voor elk land is een beperkt aantal thema’s gekozen, passend bij de specifieke context van het land.
Arabische regio
MATRA zuid richt zich op de Arabische regio. Het programma staat open voor alle landen in de Arabische regio, behalve voor Jemen en de Palestijnse Gebieden (vallen onder ontwikkelingssamenwerking).
De nadruk ligt vooral op het lokale maatschappelijk en culturele middenveld, naast steun aan bijvoorbeeld (semi)overheden en de rechterlijke macht (zoals training van rechters).
De Nederlandse ambassades ter plaatse beheren het budegt. De mate waarin dit ingezet kan worden hangt af van ontwikkelingen in de regio. De meeste aandacht gaat uit naar Egypte en Tunesië, omdat deze landen de meeste vorderingen maken in hun transitieproces en de meeste absorptiecapaciteit hebben.
Een tweede categorie betreft landen als Marokko en Jordanië. Hier hebben geen omwentelingen plaatsgehad, maar wordt gewerkt aan hervormingen. De situatie in landen als Libië en Syrië leent zich vooralsnog slecht voor het steunen van het maatschappelijk middenveld.
Meer informatie
MATRA in Zuidoost- en Oost-Europa
Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Zuidoost- en Oost-Europa (DZO)
MATRA zuid in de Kamerbrief Buitenlandse Zaken d.d. 24 juni 2011





