Noot voor Noot
Op het conservatorium gaat het allemaal uitstekend. Jonge componisten componeren en kunnen het zo gek niet bedenken of er wordt wel een ensemble geformeerd dat de nieuwe noten ook werkelijk uitvoert. Maar wie is er daarbuiten in geïnteresseerd? In Nederland is nog wel eens een succesje mee te pakken, maar hoe komen ze in Tokio aan Nederlandse noten? De dunne spoeling voor vierhonderd componisten.
'Help de jonge Nederlandse componist aan uitvoeringen over de grenzen.' Zo'n programma bestaat er ook binnen het huidige Kunstenplan niet. Zoals in elk land zijn componisten overgeleverd aan de grillen van orkesten en ensembles, dus aan de voorkeuren van musici en artistiek leiders. Aangezien de budgetten voor nieuwe werken laag zijn, zit er niet veel beweging in. Om de orkesten met de meest internationale uitstraling - het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest - als voorbeeld te nemen:het Concertgebouworkest speelt dit seizoen nog geen handvol Nederlandse werken. De enige première is een werk van oude rot Peter Schat. Het Rotterdams Philharmonisch komt iets verder met twee concerten met composities van Guus Janssen, Micha Hamel, Theo Verbey en een première van Peter Jan Wagemans. Let wel, het zijn stukken die niet mee gaan op tournee.
Om internationaal onder de aandacht te komen is promotie nodig en een netwerk. Een netwerk van bevriende musici, buitenlandse componisten, cultureel attaché's en artistiek beleidsmakers en beslissers. Voor de opbouw van een netwerk kan een instelling als Gaudeamus iets betekenen. Het jaarlijkse Gaudeamus Vertolkersconcours en de Gaudeamus Muziekweek voor jonge componisten vormen een bron voor internationale contacten. Vergelijkbare buitenlandse festivals en concoursen hebben dezelfde functie.
'Festivals zijn uitermate belangrijk voor jonge componisten', zegt componist Michel van der Aa. 'Een festival is dé plek om contacten te leggen, interesse te kweken. Je moet er vooral zelf op af, maar wat dat aangaat zijn er voor componisten tot een jaar of veertig voldoende kansen. Daarna wordt het gek genoeg lastiger. Componisten van veertig jaar en ouder kunnen snel in een gat vallen als ze niet een goed gevulde opdrachtenportefeuille hebben; een festival voor die generatie zou een gat in de markt vullen.'
Van der Aa (1970) is een van de meer gelukkige vertegenwoordigers van de jonge generatie componisten. Hij heeft zowel in binnen- als in buitenland een gevulde opdrachtenmap. Van der Aa kreeg zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Diderik Wagenaar, Gilius van Bergeijk en Louis Andriessen, maar de Nederlandse doorbraak liet op zich wachten. In 1994 nam hij deel aan de International Dance Course for Professional Choreographers and Composers, met een beurs van het Fonds voor de Podiumkunsten. Daar deed hij een schat aan internationale contacten op. Mede dankzij deze cursus kon hij met choreograaf Philippe Blanchard in 1996 het avondvullend ballet maken voor het Nörkopping Symphony Orchestra in Zweden. Aan zijn aanwezigheid op de internationale podia hield hij weer een opdracht over voor het New National Theatre in Tokio. voor kamerorkest, dansers en acteurs ging in februari 1999 in première.
Dat ook Nederlandse gebeurtenissen een rol kunnen spelen, bleek toen Van der Aa in 1999 de Gaudeamus Prijs won met de compositie . Het leverde hem een opdracht op voor de Donaueschinger Musiktage. 'Om internationaal meer te doen, heb je eigenlijk een internationale impresario nodig', zegt Van der Aa. 'Het slokt heel veel tijd op, tijd die ik liever aan componeren besteed.'
De rol van internationaal impresario wordt vooral vervuld door het voormalige Donemus, nu onderdeel van de MuziekGroep Nederland (MGN). In het beleidsplan is de route naar internationale aandacht exact vastgelegd. Er gaat alleen één voorwaarde aan vooraf:een componist moet meetellen in Nederland. 'De componisten die wij ondersteunen moeten goede muziek leveren, kwaliteit die bevestigd wordt door de thuismarkt', zegt Michael Nieuwenhuizen, de verantwoordelijke man bij MGN voor de promotie van Nederlandse componisten. Daarna is het zoeken naar ingangen, naar landen waar mogelijkheden zijn en waar het meeste succes te behalen valt. 'Frankrijk is bijvoorbeeld belangrijk, maar nauwelijks toegankelijk', zegt Nieuwenhuizen. 'Terwijl een concert in de Verenigde Staten ook in Europa veel prestige oplevert. Dat helpt dan weer in andere landen.'
'Het is vaak moeilijk in te schatten wat MGN doet', zegt Van der Aa. 'Ze hebben bijvoorbeeld financieel geholpen door mij naar Japan te laten gaan toen er op het festival in Sapporo een avond met mijn muziek werd geprogrammeerd. Daar kon ik een hoop contacten leggen. Hoewel ik positiever gestemd ben over de internationale bemiddeling dan een paar jaar geleden, is het zo dat je eigenlijk al gespeeld moet worden in het buitenland, willen ze wat voor je doen.'
Maar zo'n vaart loopt het volgens MGN nu ook weer niet. 'De fase waarin een componist zonder bemiddeling in het buitenland wordt uitgevoerd, is in Nederland eigenlijk alleen voor Louis Andriessen weggelegd', aldus Nieuwenhuizen. 'Zelfs Peter Schat en Theo Loevendie kunnen niet bogen op zo'n wereldwijde aandacht. Laat staan de jongere componisten.'
Er is dus blijvend aandacht nodig. En dat is het verhaal van de vele varkens die de spoeling dun maken. Nederland kent ruim vierhonderd componisten van wisselende kwaliteit en jaarlijks komen daar vers opgeleide componisten bij. Louter en alleen de complete jonge garde in het buitenland vertegenwoordigen is al onmogelijk. Daarbij komt nog het verhaal van het geld. Ook MGN is meer resultaatgericht, al wijst Nieuwenhuizen het immer omstreden plan om meer geld en tijd te besteden aan een zeer select gezelschap componisten (waarmee ook in het buitenland echt iets te bereiken valt) naar het rijk der fabelen. 'Wij laten ons leiden door de realiteit, door de markt. We zijn een uitgeverij en spelen in op de marktbehoefte. Het is absoluut niet zo dat wij de markt bepalen. Was het maar waar.'
Promotie van Nederlandse muziek in het buitenland is vooral een kwestie van voldoende gekwalificeerde mensen die festivals, ensembles en orkesten afreizen met een koffer vol partituren. 'Een afdeling een man of tien, die zich structureel bezighoudt met het managen van de Nederlandse componist in het buitenland, zou verschil kunnen maken', zegt Van der Aa. 'En dat niet haalbaar met de huidige gelden die beschikbaar zijn voor de hedendaagse muziek. De initiatieven die worden ontplooid door MGN zijn daarom slechts een druppel op een gloeiende plaat.'
Het betekent dat Nederlandse componisten voor het overgrote deel aan zichzelf overgeleverd zijn. De jongere garde - goed vertegenwoordigd met mensen als Van der Aa, Micha Hamel, Rozalie Hirs, Yannis Kyriakides - kan uitstekend profiteren van een festival als de Gaudeamus Muziekweek. Kan eventueel met ondersteuning festivals en compositieworkshops in het buitenland bezoeken. Maar de daadwerkelijke promotie, de eerste stap op weg naar succes in Nederland, rust vooral op de eigen creativiteit. En dat is misschien wel het grootste probleem: kunstenaars zijn vaak niet zo sterk in het verkopen van zichzelf en hun werk.


