SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

Nieuwe ervaringen en perspectieven II

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 24, 2004.
Newtown, brandpunt voor creatieve industrie in Johannesburg

“Oh mijn god, waar ben ik aan begonnen”, dacht Xoliswa Ngema toen ze in 2001 aantrad als ontwikkelingsmanager voor Newtown. Newtown, zo luidde de opdracht van haar werkgever, het Johannesburg Development Agency (JDA), moest het culturele hart van de stad worden. Het probleem: het gebied had alles weg van een post-apocalyptisch rampgebied.

Tienduizenden daklozen waren in de loop der democratische jaren in Newtown neergestreken. Ze woonden in illegale golfplaten krotten, in de vervallen electriciteitscentrale, in verlaten marktgebouwen en in verwaarloosde panden. De politie liet zich nauwelijks meer zien. Er werd geschoten, geroofd en auto’s werden gekaapt. Van culturele activiteiten was nauwelijks sprake. Het beroemde Market Theatre, dat een belangrijke rol speelde in de strijd tegen apartheid, was op sterven na dood. De Yard of Ale, waar tot midden jaren negentig een multiraciale intelligentsia bier dronk, was gesloten. De winkels stonden leeg. De levendige zaterdagse vlooienmarkt was een herinnering. Alleen Carfax, een pakhuis voor techno-feesten en industrial rock, leek te gedijen in de desolate omgeving. Drie jaar en 400 miljoen rand later, is Newtown wel degelijk op weg het kloppende culturele hart van Johannesburg te worden. Ieder weekend is er popmuziek in de Newtown Music Hall en jazz in Kippies, zijn er dansvoorstellingen in The Dance Factory, toneel in de vier zalen van het Market Theatre. Museum Africa en het onlangs geopende wetenschapsmuseum Sci-Bono trekken tienduizenden bezoekers. Toeristen lopen, licht huiverig nog, over Mary Fitzgerald Square, met verlichting ontworpen door de Fransman Patrick Rimoux. Er wordt gedronken en gedanst in Horror Café, Shivava Café en Nikki’s Oasis. Een bewakingsdienst en veertig camera’s waken over levens en eigendommen.
Brandpunt “Newtown is de veiligste plek van Johannesburg”, zegt Ngema. Het is het westelijke einde van de binnenstad, ingeklemd tussen snelweg, treinsporen en pakhuizen. Het gebied beslaat vijf straten in de lengte en vier in de breedte. Eind negentiende eeuw, toen er bakstenen werden gemaakt, heette de wijk Brickfields. Na een grote brand in 1904 veranderde de naam en funktie: Newtown, commercieel centrum.
Het idee om van Newtown ‘een brandpunt voor de creatieve en culturele industrie’ te maken werd in 1985 gelanceerd. Alleen ontbraken toen de fondsen. En vervolgens, vanaf 1994, ging het in razend tempo bergafwaarts met de binnenstad. Arme zwarten uit de townships, het platteland en de rest van Afrika trokken naar Jo’burg, ‘de stad van het goud’. Blank vluchtte naar de suburbs. Panden stonden leeg en werden ingenomen door de onderklasse. ’s Avonds was downtown Jo’burg het domein van criminelen, autokapers en vagebonden. Inmiddels heeft de overheid weer greep op de ontwikkeling. De no-go areas krimpen. Newtown speelt de voortrekkersrol bij de pogingen de straat terug te veroveren. De transformatie geschiedt in drie fasen. De eerste, die in 2003 afliep, behelsde de rehabilitatie van de gebouwen en de infrastructuur. De straten werden schoongemaakt, trottoirs gerepareerd, verlichting hersteld. De prestigieuze Mandela-brug, een mini-versie van de Erasmusbrug, verbeterde de bereikbaarheid. En de sloebers die zich illegaal hadden gevestigd, moesten weg. “Je kunt de ruimte niet beheren als mensen geen huur betalen”, zegt Ngema. “We hebben geprobeerd alternatieve woonruimte voor ze te vinden.” Na de grote schoonmaak werden de culturele locaties opgeknapt. De Turbine Hall, een elektriciteitscentrale, verwisselde illegale bewoners voor een dak. Het gebouw met zijn kapotte ruiten oogt nog altijd als een ouderwets kraakpand, maar het werkt wel. “Pas trad jazzgitarist Earl Klugh er op”, vertelt Ngema.”Toen hij de zaal zag, schrok hij en dacht: dit kan niet waar zijn. Maar ’s avonds was het stampvol. Vijfduizend man. Fantastisch.”
Woonfunctie Toen fase 1 was afgelopen, kwamen de ontwikkelaars tot de ontdekking dat ze nu wel een schone buurt met goede infrastructuur hadden, maar nauwelijks activiteiten en daardoor geen publiek. Zo leefde het Market Theatre van dag tot dag. Er waren grote schulden en van een programmering was geen sprake. De Music Hall en de Dance Factory kampten met vergelijkbare problemen. Ngema: “Wij dachten dat de mensen nu en masse zouden komen. Maar waarom zouden ze naar een opgeknapt gebouw komen kijken?” De oplossing: nieuw, professioneel management, dat niet ad hoc maar op langere termijn programmeert, zodat het publiek in juni weet wat er in oktober gaat gebeuren. En daarnaast festivals, die grote groepen mensen naar Newtown trekken. Een ander probleem was dat na de uitzetting van de illegale bewoners Newtown geen woonfunctie meer had, zodat het was aangewezen op onvoorspelbaar publiek van buiten. Er moesten appartementen komen. Zeshonderd eenheden voor lage inkomensgroepen zijn al in gebruik. Aan 2200 andere wordt druk gebouwd. Voor het hippe, welgestelde volk komen er 300 lofts. Ja, knikt Ngema, ze heeft haar licht opgestoken in Amerika. Langzaam maar zeker krijgt de magneetfunktie gestalte. Het luxe Afrikaanse restaurant Moyo opende er een vestiging. De Songwriters Club verruilde het saaie Linden voor de binnenstad. En het Franse Instituut (IFAS) organiseert zo veel mogelijk culturele activiteiten in Newtown. De Fransen hebben altijd heilig in het project geloofd. Reeds in 1995 betrokken ze een kantoor in Newtown, tegen de zin van de Parijse ambtenarij, zeker nadat een van de inspecteurs was beschoten. “Het was een gok. Het zou jaren duren, maar we wisten dat het zou slagen’, zegt cultureel medewerker Henri Vergon. “Wij richten ons op stedelijke mutaties en stadscultuur. Newtown lag voor de hand. In vergelijking met Europese steden is Johannesburg een speeltuin. Alles is nog mogelijk.”
Shopping mall-constructie De Franse gemeenschap klaagde steen en been. Maar IFAS won. “Ineens is het hip om naar Newtown te komen”, grinnikt Vergon, vergelijkingen trekkend met New York, waar de Bronx en Alfabet City op criminelen en junkies werden terugveroverd. “Andere buitenlandse culturele instellingen, British Council en Goethe Institut, zitten in blanke buitenwijken. Die zijn nu jaloers, want zij trekken geen zwart publiek.” De Fransen wel. Op het Franse culturele weekend Playtime 2004, met dj’s, films, muziek, beeldende kunst, dans en literatuur, kwam een zeer gemeleerd publiek af. Shivava Café, dat op een doordeweekse dag op zo’n dertig bezoekers kan rekenen, trok die dag het tienvoudige bij de presentatie van het pan-Afrikaanse literaire tijdschrift Chimurenga. Eigenaar Mikiya Makamu is voorzichtig optimistisch. “We trekken de zwarte yuppies en spelen net quitte. Als de woningen af zijn, wordt het waarschijnlijk beter. Maar het Johannesburg Development Agency doet onvoldoende. Het gras wordt niet bijgehouden. En onlangs is een van onze auto’s gestolen.” Fase drie moet dergelijke kritiek smoren. Het Johannesburg Development Agency onderhandelt met de privé-sector over een managementcontract voor Newtown. Ngema noemt het een shopping mall-constructie. “Een team dat er bijvoorbeeld op toeziet dat de verlichting werkt en de vegers om acht uur beginnen, om vijf uur stoppen, en daadwerkelijk papier opvegen.”
http://www.joburg.org.za
http://jda.org.za

Fred de Vries is schrijver en freelance journalist en werkt onder andere voor de Volkskrant, Vrij Nederland en een aantal Zuid-Afrikaanse publicaties.