SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

Niet alleen voor de centen

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 11, 2001.
De eerste ervaringen van 10 nieuwe CCP's met Cultuur 2000

De toetredende landen hopen via deelname aan het Europese programma Cultuur 2000 geld in de wacht te slepen om internationale ambities op cultureel gebied te verwezenlijken. Het SICAmag heeft de Cultureel ContactPunten (CCP's) in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gevraagd wat volgens hen de toegevoegde waarde van Cultuur 2000 is voor de culturele instellingen in hun land. En hoe is de eerste kennismaking met het programma verlopen?


De voorzieningen in de kandidaat-lidstaten zijn nog lang niet op peil. Te veel problemen vragen nog om een oplossing. In sommige landen (onder meer Litouwen, Bulgarije) worden aanzetten gegeven tot decentralisering van het cultuurbeleid, zodat niet langer alleen de nationale overheid, maar ook de lagere overheden en fondsen een rol en budgetten krijgen. Elders (onder meer Estland, Letland, Roemenië) is het cultuurbeleid nog steeds het domein van de centrale overheid.

Zelfs de budgetten van grote culturele instellingen zijn soms ontoereikend om de salarissen en verwarming te betalen, laat staan om het achterstallig onderhoud aan te pakken. Kleinere organisaties hebben het nog moeilijker. Het blijft moeilijk om voor het verwezenlijken van (met name) internationale culturele ambities de benodigde financiering te vinden. Het was dan ook niet vreemd dat de belangstelling van culturele instellingen voor Cultuur 2000 in eerste instantie groot was.

Toch heeft zich dat nauwelijks vertaald in grote aantallen aanvragen in 2001. 'Zodra instellingen in de gaten kregen dat Cultuur 2000 niet gelijk stond aan bekoelde het enthousiasme', aldus CCP Litouwen. Daar kwamen in Litouwen nog een paar praktische en bureaucratische kwesties bij. Pas in januari van dit jaar werd het CCP er geopend, twee maanden voor de deadline voor eenjarige projecten. 'De tijd om nieuwe samenwerkingsverbanden op te zetten en co-financiers te vinden was té kort', aldus een woordvoerder. 'Organisaties met internationale ervaring hadden hun heil al elders gezocht.' Bovendien was een aantal juridische kwesties rond de deelname aan Cultuur 2000 ten tijde van de aanvraagronde nog niet opgelost. Ook dat was niet erg uitnodigend.


Over de officiële status van de PECO-landen (Pays associés d'Europe Central et Oriënt) binnen Cultuur 2000 bestond tijdens de aanvraagronde 2001 nog veel onduidelijkheid. Zóveel, dat de CCP's in de bestaande lidstaten de culturele instellingen in hun land soms adviseerden nog even te wachten om samen te werken met instellingen in Midden- en Oost-Europa. De kans bestond dat de uitbetaling van een toegekende EU-bijdrage opgeschort zou worden tot het moment dat alle formaliteiten rond de deelname van de PECO-landen afgerond zouden zijn.

Er waren meer, soms verrassende, obstakels. Een aanvraag voor Cultuur 2000 moet bijvoorbeeld in een van de elf officiële talen van de EU zijn gesteld. Aanvragers uit de kandidaat-lidstaten moesten bijgevolg zorgen voor een vertaling van alle in het formulier gevraagde bijlagen, zoals statuten en jaarrekeningen. Ook het feit dat Brussel geen genoegen neemt met de - in de culturele sector niet ongebruikelijke - bijdragen in natura veroorzaakte hier en daar voor onbegrip.


Maar verreweg de grootste hindernis was toch het geld. De nationale overheden moeten een bijdrage neertellen om mee te mogen doen aan Cultuur 2000. Ook moeten ze de culturele instellingen direct of indirect in staat stellen hoofdaanvrager te zijn. En dan moeten de instellingen zelf geld op tafel leggen, omdat de EU hoogstens 60 procent van een project financiert. Cultuur 2000 blijkt dus niet de grote pot met geld met behulp waarvan opeens lang gekoesterde dromen in vervulling kunnen gaan, vinden de CCP's. Maar dat maakt het nog geen waardeloos programma. Want het gaat niet alleen om geld. Omdat het Cultuur 2000 programma direct toegankelijk is voor culturele instellingen, is het voor hen een nuttige introductie tot EU-regels waar ze in de toekomst alleen maar méér mee te maken zullen krijgen.

Het is een leerschool, volgens CCP Hongarije: 'Culturele organisaties merken dat niet alleen het ministerie van Cultuur in eigen land om begrotingen, uitgewerkte plannen en jaarrekeningen vraagt, maar dat dit elders ook gebeurt.' Daarmee wordt het cultuurbeleid in de PECO-landen zelf in een perspectief geplaatst.

Dat Europa het bovendien de moeite waard vindt om voor cultuur een apart programma in te stellen, draagt bij aan een groter zelfvertrouwen van de culturele sector. Voorbeelden van geslaagde Europese samenwerkingsprojecten kunnen dit zelfvertrouwen verder versterken en het isolement verbreken. Bovendien kan het nationale overheden stimuleren om in meer internationale termen over de culturele sector in hun land te denken. Nu dreigen kunst en cultuur soms iets te eenzijdig in de hoek van de zoektocht naar en bevestiging van een nationale identiteit te worden gezet, verklaart een CCP dat liever niet bij name wordt genoemd.

2001 is een aanloopjaar geweest dat de té hooggespannen verwachtingen heeft teruggebracht tot meer realistische proporties. Het is nu zaak om ervaring op te doen, bestaande contacten te verstevigen en nieuwe initiatieven op te zetten. Cultuur 2000 kan daarbij een steun in de rug zijn.

Yvette Gielis is coordinator http://www.sica.nl/ccp voor Nederland