Nederlanders steunen professionalisering musea in Oekraïne
De samenwerking met Oekraïne heeft een bijzondere geschiedenis. In 2004 kwam de Koenigs Collectie terug in Nederlands beheer na jarenlange onderhandelingen op regeringsniveau. Als tegenprestatie ontwikkelde de Museumvereniging een samenwerkingsprogramma voor de Oekraïense musea. Doel van het project is de Oekraïense musea te begeleiden bij de ontwikkeling van hun instellingen in een jonge democratie, die steeds meer door een martkeconomie wordt geleid. De eerste contacten met Oekraïne werden gelegd in 2005. Samen met een projectgroep ter plaatse, bestaande uit enthousiaste medewerkers van Oekraïense musea, werd geïnventariseerd welke expertise de Oekraïense musea nodig hebben. In nauw overleg werden trainingen ontwikkeld op terreinen als museummanagement, publieksgerichtheid, educatie en fundraising. De trainingen worden de komende drie jaar in verschillende Oekraïense regio's verzorgd door specialisten uit de Nederlandse museumwereld en hun Oekraïense collega's. Door een train-the-trainers traject worden meteen Oekraïense trainers opgeleid die hun opgedane kennis aan hun collega's kunnen overbrengen. Het is de bedoeling dat het project op deze manier een breed bereik en een langdurig effect zal hebben. Naast de trainingen voorziet het project ook in ondersteuning bij de herinrichting van het Khanenko Museum te Kiev, dat decennia lang een deel van de Koenings Collectie beheerde. Dankzij de ondersteuning vanuit Nederland kunnen deze zomer de zalen met Aziatische en Islamitische kunst van het museum worden geopend. Een apart onderdeel van het project vormt een samenwerking op het gebied van expertiseoverdracht en wetgeving over cultureel erfgoed. Er bestaat grote behoefte aan kennis over collectieregistratie. In overleg met het Oekraïense ministerie van Cultuur en de betrokken Oekraïense musea zal dit jaar gekeken worden naar de verdere invulling van deze vorm van samenwerking. Uiteindelijk doel van het samenwerkingsproject is het vergroten van professionaliteit in de Oekraïense musea, het opbouwen van een Nederlands-Oekraïens museumnetwerk en de internationale mobiliteit van collecties en personen. Daardoor kan de kwaliteit van de zorg om het cultureel erfgoed en de wereldwijde toegankelijkheid ervan worden vergroot.
De conferentie in juni 2006 in Kiev markeerde de aanvang van het project. De conferentie werd door honderd museummedewerkers en andere belanghebbenden bijgewoond en bestond uit lezingen en workshops over aanpassingen van de Oekraïense musea aan de nieuwe regels die een jonge democratie, waarin de markteconomie een steeds belangrijker rol speelt, zich stelt. Samen met de Oekraïense partners was niet alleen gekozen voor de traditionele lezingen, maar werden ook ludiekere en in Oekraïne onbekendere methoden gebruikt. Een groot succes was een speeddating-sessie, waarbij alle deelnemers door middel van een dynamische stoelendans de kans hadden om in hoog tempo kennis te maken met alle congresdeelnemers. Zelfs de Minister van Cultuur nam verhit en zeer casual gekleed deel aan deze bijzondere vorm van netwerken. Ook een paneldiscussie waarbij congresdeelnemers aanzaten, bleek een onbekende vorm maar een zeer gewaardeerd onderdeel. In een mengsel van Oekraïens, Russisch en Engels werd gediscussieerd over de (on)mogelijkheden van vernieuwing binnen de Oekraïense musea. Om het draagvlak voor het project te bestendigen, waren ervaringsdeskundigen uit Polen en Hongarije uitgenodigd. De lezingen van de jonge en enthousiaste Poolse Agnieszka Mączyńska van het Archeologisch Museum uit Poznan en van de Hongaarse eminence grise Támas Vásárhely van het Natuurwetenschappelijk Museum uit Boedapest werden met belangstelling aangehoord. Met een verfijnd gevoel voor humor wist Vásárhely feilloos de vinger te leggen op de zere plek van zoveel vormen van samenwerking tussen Nederland en Oost Europa: de arrogantie van de Westerlingen, de onverenigbaarheid van de kennis die wordt overgedragen, het gebrek aan middelen om dromen te realiseren. Door tegelijkertijd te laten zien wat MATRA, ondanks zijn eigen reserves in den beginne, had betekend voor zijn eigen museum, wist hij ook de meest sceptische deelnemers aan het congres te enthousiasmeren. Het congres was niet alleen belangrijk vanwege kennisoverdracht: het was ook een van de eerste landelijke netwerkbijeenkomsten voor museumprofessionals uit alle uithoeken van het land: Kiev, Lviv, Odessa, Dnipopetrovsk, Sebastopol en andere exotisch klinkende steden. 'Spreken met onbekenden': de deelnemers deden niet anders.
Het congres werd direct gevolgd door een basisworkshop museummanagement voor 25 museummedewerkers uit het hele land, waarvan een deel ook aan het congres had deelgenomen. De workshop over stakeholders bleek een van de eyeopeners voor de deelnemers: hoe publieksgericht is je museum? Hoe maak je het toegankelijk voor invaliden? Waar is het toilet? Kan de brandweer de weg vinden? De trainingen werden niet alleen gegeven door Nederlanders, maar ook door ervaren Oekraïners. Nieuwe inzichten, andere werkmethoden, uitwisseling van ervaringen met collega's: de workshop werd geprezen door alle deelnemers. Het succes van de start van het project is te danken aan de Oekraïense projectgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van diverse musea. Zij ontwikkelden een streng selectieprogramma waarbij de musea niet zozeer werden beoordeeld op de al in het museum aanwezige kennis, maar vooral op hun motivatie en op de wil van de directeur om medewerkers voor een periode van drie jaar aan trainingen en workshops te laten deelnemen. Gedurende die drie jaar blijven de deelnemers geïnformeerd door een website Dankzij een workshop tijdens het congres hebben de musea ook de mogelijkheden aangereikt gekregen hun eigen website te bouwen, die via deze site bereikbaar is. Een probleem is sponsorwerving. Nog steeds mogen musea geen eigen inkomsten werven, noch door sponsorwerving, noch door het opzetten van een lucratieve museumwinkel of het uitbaten van een bloeiend museumcafé. Sommige musea zijn echter creatief bij het zoeken naar oplossingen. Zo bleek bij een bezoek aan het dromerige Boelgakov Museum, het voormalig woonhuis van de schrijver. Het museum heeft de serre in de tuin voor een symbolisch bedrag verhuurd aan een apart bedrijfje, dat zorgt voor de theevoorziening in 19e eeuwse stijl, compleet met confiture en zelfgebakken koekjes. De inkomsten komen ten goede aan het museum.
http://www.matramuseums.org.ua


