SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

Koloniaal Erfgoed gaat niet over vroeger

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 8, 2000.

Het denken over koloniaal erfgoed is aan verandering onderhevig. Historische objecten krijgen een nieuwe betekenis.

De Nederlandse overheid stimuleert instellingen om aandacht te besteden aan cultureel koloniaal erfgoed. Die erfgoedoriëntatie moet een nieuwe betekenis geven aan archieven, objecten en gebouwen in het debat over de multiculturele samenleving. Maar over wiens erfgoed hebben we het hierbij?
Laat ik dicht bij huis beginnen. Het Tropenmuseum stamt uit de beginjaren van het Nederlands imperialisme, en werd in 1864 in Haarlem gesticht als Koloniaal Museum. Tijdens de zogeheten Ethische Politiek, gericht op 'verheffing' van de inlandse bevolking, werd het museum onderdeel van het Koloniaal Instituut in Amsterdam. In het verlengde van het koloniale ondernemersbeleid toonde het museum de Indonesische cultuur. Daarmee presenteerde het Nederland als koloniale macht, die overzee kennis vergaarde en ontwikkeling en vooruitgang bracht 'tot wederzijds voordeel'.


Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 volgde ontwikkelingssamenwerking de oude koloniale politiek op. Het Koloniaal Museum veranderde haar naam in Tropenmuseum. Nieuwe onderwerpen en nieuwe collecties dienden zich aan. Het museum toonde vanaf eind jaren zestig moderniseringstendensen in de Derde Wereld, gekoppeld aan armoedevraagstukken, verstedelijkingsprocessen, plattelandsontwikkeling en gezondheid. Als voorheen de Ethische Politiek werd nu het Nederlandse ontwikkelingsbeleid een impliciet . Voor koloniaal erfgoed was daarin geen plaats. Toen deskundigen in de jaren tachtig de restauratie van een WIC-slavenfort in Ghana voorstelden, werd dat door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgewezen omdat zoiets niet 'ontwikkelingsrelevant' was - zeker als er in het betreffende land geen monumentenzorg bestond. Achteraf valt deze afwijzing mede te verklaren uit het feit dat Nederland geen aandacht had voor het slavernijverleden. In Nederland hadden deze forten overzee geen betekenis.


Nu ligt dat anders. In Nederland is erfgoeddenken een pijler geworden van het cultuurbeleid. In het internationale cultuurbeleid is sinds de vroege jaren negentig de aandacht verschoven naar cultureel erfgoed van niet-westerse volken en het 'Nederlandse koloniale erfgoed overzee'. Het Tropenmuseum ondersteunt nu mede de versterking van de professionele erfgoedsector in ontwikkelingslanden. Eén van de projecten op dit vlak, 'Object ID' geheten, richt zich op het fotograferen, registreren en documenteren van museale collecties in de 'landen van Herfkens' teneinde deze collecties toegankelijker te maken en opsporing na diefstal te vergemakkelijken.
Die erfgoedoriëntatie betekent een omkering ten opzichte van het voorafgaande ontwikkelingsdenken. Niet-westerse cultuur wordt niet langer gepresenteerd als een kwetsbare factor in een vooruítgangsproces. Er wordt nu terúg gekeken. De nadruk ligt op het bewaren, registreren, documenteren en presenteren van cultuur uit het (nabije) verleden. Deze meer historische benadering komt mede omdat aan cultuur inmiddels een groter intrinsiek belang gehecht wordt voor samenlevingsopbouw in het algemeen, en Noord-Zuidverhoudingen in het bijzonder. De Verenigde Naties hebben de discussie daarover gestimuleerd. Ook migratie uit de voormalige koloniën en het Middellandse-Zeegebied naar Nederland heeft bijgedragen aan dit inzicht. Cultureel erfgoed blijkt een aanknopingspunt voor individuen en groepen om vorm te geven aan meerdere culturele oriëntaties tegelijk die niet per se beperkt zijn tot de 'heersende' cultuur van een natie. Het ministerie van OCenW is dan ook in 2000 een zoektocht begonnen naar het cultureel erfgoed van minderheden in Nederlandse instellingen.


Daarmee raken het binnenlandse en internationale cultuurbeleid elkaar. Erfgoed is geen aanwijsbaar ding maar een proces van betekenisgeving, zowel in Nederland als in contact met anderen.
Zo was vijftien jaar geleden het slavenfort in Ghana een verwaarloosde ruïne. Inmiddels is het met ieders instemming gerestaureerd en bekleed met vele betekenissen. Het is een oriëntatiepunt voor Surinamers en Antillianen van Afrikaanse afkomst die hun plek opeisen in de Nederlandse geschiedenis en tevens betekenis willen geven aan hun banden met Afrika. Het is een potentiële inkomstengenererende trekpleister in Ghana. In de Noord-Zuiddialoog is het een koloniaal symbool en een insteek voor debat over de vergelijking van islam en christendom, enzovoorts.
Een ander voorbeeld van dit proces van betekenis geven betreft de 'koloniale' schilderkunst. Ruim een decennium geleden was het werk van Europese schilders in Nederlands Indië kunsthistorisch in feite afgeschreven. Het werd bewaard in museumdepots en hing aan de muur bij Indische Nederlanders. Totdat de Indonesische elite zich deze schilderkunst toeeigende. Zij omarmde haar als eerste fase van een Indonesische moderne schildertraditie. Dit leidde ook in Nederland tot een herwaardering van deze schilderijen, als kunstwerken op zich en als schilderkunstige bronnen voor onderzoek naar het wereldbeeld van de koloniale samenleving van weleer.
Tenslotte is ook bij 'authentieke' etnografica in museumcollecties een dergelijk proces van herinterpretatie van cultureel erfgoed aan de orde. Veel voorwerpen zijn in de koloniën verzameld op een moment dat ze marginaliseerden of op het punt stonden te verdwijnen. Overtuigings- en bekeringsarbeid, bevolkingsontwikkeling, economische impulsen, dwang of geweld van de kant van de kolonisator droegen daaraan bij. Door die achtergrond representeren ze vandaag de dag evenzeer het cultureel erfgoed van de betrokken landen als het politiek-culturele contact dat aan hun opname in Nederlandse museumcollecties ten grondslag lag.


Zo bezien kan het erfgoeddenken als wederzijds proces van betekenisgeving een dynamische rol spelen in het internationale cultuurbeleid. Het kan echter ook nogal behoudzuchtig uitpakken. Daarom moeten betrokken Nederlandse instellingen ervoor waken de agenda niet eenzijdig te bepalen. Zij moeten kritisch nagaan of onder de noemer van koloniaal erfgoed niet louter de aandacht wordt gevraagd voor Nederlands positie in de wereld. En zij moeten bereid zijn om in het onderzoek naar gedeeld cultureel erfgoed in de breedste zin, van etnografica tot koloniale getuigenissen, bestaande machts- en eigendomsverhoudingen ter discussie te stellen.

Susan Legêne is hoofd Museale Zaken van het Tropenmuseum (KIT)

http://www.kit.nl