SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

Eredienst voor het testosteron

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 12, 2001.

Bij de kwalificatie "jong en aanstormend" denk ik aan galopperende jonge hengsten in een prairie landschap, aan een groepje opgeschoten pubers die over het verlaten nachtelijke asfalt rennen, aan de onverwachte sprint van een glanzend zwarte stier in een corrida, aan een locomotief die met langgerekt fluitsignaal langs dendert (in een stripboek staat er in de marge van dit laatste beeld meestal een meneertje of mevrouwtje bijgetekend die door de druk wordt weggeblazen, of wiens hoedje afwaait).

Het zijn beelden die verwijzen naar een beweging die vrij baan krijgt. Er zit vitaliteit en kracht in die beweging. Haast. Ongeduld. Razend testosteron. Het jong en aanstormende heeft een duidelijke richting, maar geen duidelijk doel - dat is te bedachtzaam. Reflectie is vreemd aan deze beweging. Jong en aanstormend is alleen maar een mededeling aan de langsflitsende omgeving. Alles moet wijken. Aan de kant! Aan de kant!

In het domein van de cultuur hebben wij de kwalificatie jong en aanstormend tot ideaal verheven. Wij lauweren jonge wilden, scheppen de voorwaarden voor hun lancering. We spreken van verfrissend, vernieuwend, grensverleggend. In die verheerlijking spreekt niet enkel de afgunst van de oude en vermoeide toeschouwer. De eredienst aan het testosteron weerspiegelt de dynamiek van expanderende markten, met aansporingen tot meer productie en meer consumptie, met een wereld waarbij het oude voortdurend plaats moet maken voor het nieuwe, waar mensen worden aangespoord hun CD-spelers aan de kant te gooien voor DVD-spelers, waar mensen zichzelf aanpraten dat zij een wel erg traag modum in hun computer hebben zitten, waar op alle fronten de suggestie wordt gedaan dat het geluk te vinden is in de aanschaf van een nieuwe garderobe, een nieuw interieur, een nieuwe echtgenoot, een nieuw kind, waar de verwerping van het bestaande doel op zich is geworden, zonder dat een mens nog weet waartoe dat zou moeten leiden.

Een duidelijke richting maar geen duidelijk doel. Dat laten wij onszelf zien in de viering van het jong en aanstormende. Daar staren we naar, als we voor haastig volgekladde doeken in een museum staan, of volstrekt onbegrijpelijke maar luidruchtige video-installaties bekijken, of moderne dansers op een podium zien rondkronkelen.

Ik dacht ook nog even aan die vliegtuigen die zich op 11 september in te Twin Towers boorden. Dat eindeloos herhaalde beeld voegt zich moeiteloos in de reeks hengsten, pubers, stieren en locomotieven: ook deze terroristen waren jong en aanstormend (hoe ongemakkelijk de vaststelling ook is, ik kan er niet omheen: in vergelijking met die gekaapte vliegtuigen ogen de straaljagers boven Afghanistan oud en vermoeid). Maar op één punt detoneert het beeld. Dit speelt zich niet meer af in het domein van de cultuur. Dit speelt zich af in het domein van de politiek. De richting heeft een doel gekregen. Zoef, pats, boem. We staren er naar, en staren er naar, ontzet, huiverend, maar ook gebiologeerd door de kracht van het beeld. Hoe tandeloos oogt nu de cultuur.

Mattijs van de Port is cultureel antropoloog