SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

Eerste hulp bij culturele ongevallen: Indonesië

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 34, 2007.
Wie ooit een bezoek heeft gebracht aan Jogjakarta op Midden Java, bewaart herinneringen aan een zeldzaam hoge concentratie cultureel erfgoed. Het paleis van de Sultan vormt het middelpunt ervan. Het exterieur is een staaltje fraaie en stijlvolle architectuur. In het paleis bevinden zich vele kunstschatten, tempels en de meest eerbiedwaardige gamelans. Door de hele stad staan batikwerkplaatsen, waar de oude kunst van textielbewerking voortleeft in de hitte en de walm van kleurstof, was en kokend water. Hoogtepunt voor veel bezoekers is een nacht lang opblijven om een wajangpoppenspektakel te zien, het nooit eindigende gevecht tussen goed en kwaad, begeleid door een gamelanorkest in een tent waar je in en uit kon lopen om wat eten of drinken te halen. Substantieel onderdeel van het erfgoed alhier. Het goede overwint altijd – tegen de tijd dat de zon opkomt...

Voor wie zich niet in de stad bevindt, zal het moeilijk zijn een voorstelling te maken van de schade die de aardbeving van mei 2006 aan de stad heeft toegebracht. Gelukkig is Jogjakarta gezegend met een groep mensen die zowel de kunstschatten als de aangerichte verwoestingen minutieus in kaart kunnen brengen. Een andere grote stad aan de kust werd weggevaagd door één enkele vloedgolf. Zo kwam Banda Atjeh in december 2004 in beeld, nadat de oceaan eroverheen was geraasd. De media maakten er "de tsunami" van, die duizenden Atjeeërs dood of verdwaasd had achtergelaten. Ondertussen waren de inwoners van Banda Atjeh maar vast begonnen met het opruimen van wat er over was van hun stad. Korte tijd later bezochten twee lokale journalisten de stad om een inventarisatie te maken van wat er aan erfgoed gered moest worden.
Zij deden dit op verzoek van Cultural Emergency Response (CER) van het Prins Claus Fonds. Iwana Chronis, programmacoördinator bij CER las hun bevindingen. Die waren verrassend. “In Banda Atjeh was een radiozender annex muziekstudio volledig vernield. We hebben vanuit CER €25.000 aan dat herstel bijgedragen. Het radiostation was tegelijk een bron van lokale cultuur en werkte als community-radio.” Een tweede project betrof de wederopbouw van een dorp, aan de rand van Banda Atjeh, waar unieke muziekinstrumenten werden gemaakt. Tenslotte werd de belangrijke bibliotheek in het nabijgelegen Tanoh Abee beoordeeld als een plaats waar restauratie dringend nodig was. “We zorgen met de nieuwbouw meteen voor moderne middelen om het papier beter te conserveren,” zegt Chronis. CER stopt er het uitzonderlijk hoge bedrag van €38.000 in en de totale financiering voor het project is afkomstig van de medefinancieringsorganisatie Cordaid.


Op Atjeh is alles is duur en het werk gaat langzaam. Iedereen werkt aan wederopbouw en de markt dicteert dan dat de prijzen van bouwmaterialen omhoog gaan. Arbeid is ook lastig te krijgen, om dezelfde reden. Het gebied is decennia lang geïsoleerd geweest als gevolg van de oorlog tussen Atjese rebellen en het Indonesische regeringsleger. Tijden van oorlog werden voortdurend afgewisseld met momenten van meestal vruchteloze vredesbesprekingen. De laatste was getekend in 2002 maar hield een half jaar stand. Pas sinds augustus 2005 lijkt er een definitief vredesakkoord te liggen. De werkwijze van CER is altijd gebaseerd op een combinatie van het gebruik maken van kennis die ter plekke aanwezig is -altijd meer dan internationale hulpverleners kunnen inbrengen- en samenwerken met internationale netwerken die zich richten op cultuurbehoud, onder meer de ICOM, de internationale koepel van musea, het ICOMOS, een netwerk voor monumentenbehoud en het International Committee of the Blue Shield, opgericht om historisch erfgoed te beschermen, onder meer bij natuurrampen en gewapende conflicten. CER heeft veel werk in Indonesië. Dat heeft te maken met twee unieke karakteristieken van het land. Allereerst geografisch. Indonesië ligt in een regio waar de aarde bij voortduring erg onrustig is: aardbevingen, tsunamis en vulkaanuitbarstingen komen zeer regelmatig voor. Chronis: “Nabij Jogjakarta ligt de Merapi, een van de meest actieve van de zogenaamde vuurring, een lange cirkel vulkanen waar Java middenin valt. Gelukkig is een uitbarsting als gevolg van de aardbeving uitgebleven. http://www.sicasica.ds/cgi-bin/mk5/mk5_sica.pl?xpath=document('sicamag/artikel528.xml')//sicamagartikel&NW_FILE=artikel&NW_ID=528&modus=6&etype=sicamagartikel#_msocom_1 Er bestaat een wijdverspreid besef van de waarde van het eigen erfgoed en er is ook een goede infrastructuur van organisaties.” Typerend is de respons vanuit het zwaar getroffen Jogjakarta. In de stad bestaat al langere tijd de Jogja Heritage Society (JHS) geleid door de invloedrijke architecte Laretna Adishakti. De JHS had al een inventaris van alle cultuurschatten in de stad gemaakt en kon binnen drie dagen een lijst de wereld insturen waarin precies stond wat beschadigd was, waar en hoe ernstig het was. Een voorbeeldige manier van werken die aan de basis staat van internationale reddingsoperaties als die van CER. Zodoende waren er al snel twee door CER bekostigde hersteloperaties in uitvoering: een bolwerk van het fort rond het paleis met instemming van de Sultan en het herstel van een batikwerkplaats in de wijk Imogiri. Chronis:. “De schade in Imogiri was enorm. Het hele district lag pal naast het epicentrum van de beving en er is weinig meer van over. De batikindustrie is een bron van inkomsten, er komen veel toeristen langs die het handwerk kopen. Door dit te herstellen houden we het erfgoed in stand en zijn de inkomsten die mensen hard nodig hebben veilig gesteld. Vanuit CER hebben we inmiddels een tijdelijke werkplaats met materialen en verkooppunten kunnen financieren.”


De Cultural Emergency Reponse is een activiteit van het Prins Claus Fonds, dat gefinancierd wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken en daarnaast steun krijgt van de Nationale Postcode Loterij. CER werkt samen met lokale groepen en opereert tegelijkertijd in een groot en noodzakelijk internationaal netwerk. Het Rode Kruis van de culturele noodhulp? Dat vindt Chronis wel een goede typering. “In Indonesië hebben we alleen maar gebruik gemaakt van lokale netwerken. Ze zijn ter plaatse en kunnen de geleden schade goed inschatten. Wij brengen kleine bedragen in voor de eerste hulp en vertrouwen dan op de internationale netwerken die over meer geld kunnen beschikken.” In Indonesië heeft dit model zijn waarde wel bewezen. Later dit jaar gaat Chronis zelf naar Indonesië. “Naar Jogjakarta in ieder geval. Tegen de tijd dat ik er ben zijn daar zes projecten afgerond of nog deels nog in uitvoering.” Chronis gaat ook bij een ander eiland op bezoek, Nias, een eiland naast Sumatra, dat in 2005 werd getroffen door een aardbeving. Het Nias Heritage Museum overleefde deze aanslag van de onrustige natuur niet. Met € 15.000 van CER en lokale kennis werd gekozen voor een nieuwe, aardbevingsbestendige opslagplaats, gebouwd met Japanse technologie. Maar er zijn nog meer projecten in aantocht. Chronis: “Ik ga naar West Sumatra, naar de hoofdstad Padang. Ook daar is een aardbeving geweest en men is daar bezig met het identificeren van mogelijke projecten.” De aarde blijft onrustig in Indonesië.
http://www.sicasica.ds/cgi-bin/mk5/mk5_sica.pl?xpath=document('sicamag/artikel528.xml')//sicamagartikel&NW_FILE=artikel&NW_ID=528&modus=6&etype=sicamagartikel#_msoanchor_1 Waar is 2? Veel werk 1. vanwege geografische ligging 2. grote besef vd waarde vh eigen erfgoed?
Verder lezen:
http://www.jogjaheritage.org

http://www.princeclausfund.org

http://icom.museum

http://www.icomos.org/

http://www.blueshield.nl


Bram Posthumus is journalist.