De culturele evolutie in China
In de afgelopen jaren zijn er twee grootschalige culturele projecten gerealiseerd; ‘Think UK’, onder leiding van de British Council en de Frans–Chinese uitwisselingsjaren ‘The French Year’ in China, onlangs in september uitbundig afgesloten in het bijzijn van actrice Sophie Marceau en de Paris Opera Ballet. Ook andere EU-lidstaten blijken actief. ‘The Italian Year in China’ opent in januari 2006 met de één jaar durende ’Renaissance Art Exhibition’ in het Millennium Art Museum in Beijing. Voorts wordt al gesproken over een Duits en een Spaans cultureel jaar. Behalve deze talloze nationale initiatieven, ging de viering van 30-jaar diplomatieke relaties EU-China afgelopen september gepaard met een grootschalige culturele manifestatie ‘Europe Street’, waarbij alle lidstaten van de EU betrokken waren. Voor dit twee dagen durende openluchtfestival in het grootste park van Beijing waren 16 voorstellingen overgevlogen uit Europa en hadden 25 landen een stand waar informatie werd verstrekt over cultuur, onderwijs en toerisme. Op het gebied van instituten lijkt de Europese culturele wereld zich ook stevig uit te breiden in China. In navolging van de British Council, het Goethe Institut en de Alliance Française, hebben de Denen onlangs een cultureel instituut geopend in de Chinese hoofdstad, het Andersen Center. De Spanjaarden en Italianen hopen in de nabije toekomst een Cervantes- en Danteinstituut te openen. Het zijn vaak de culturele instituten in Europa die druk uitoefenen op hun ambassades om meer uitwisselingsprojecten te starten omdat zij zich bewust zijn van de zich snel ontwikkelende hedendaagse Chinese kunstwereld.
Affiniteit met tradities
Waar maakt men zich dan druk over? Is dit enkel een culturele opwelling of is het nu het goede moment om culturele projecten in China te ontwikkelen? “De autoriteiten in China zijn opener en volwassener geworden en hebben zich sterk ontwikkeld”, zegt Frederic Beraha, cultureel attaché bij de Franse ambassade. “Zij beginnen zich langzaam te realiseren dat hun land ook groot is door zijn culturele invloed en dat het nodig is om open te staan voor cultuur uit het Westen om op die manier ook hun eigen culturele aanwezigheid in het Westen te vergroten.” Overigens hebben Europese landen een groot voordeel omdat zij gerespecteerd worden in China om hun eeuwenoude tradities en rijke cultuur en daarbij een gevoel van affiniteit opwekken bij de Chinezen. De meeste Chinese burgers zullen Frankrijk associëren met kunst, verfijning en elegantie,Oostenrijk herkennen als het land van de muziek en Engeland als het land van Shakespeare. Er bestaat bij de Chinezen ontegenzeggelijk een hevig verlangen om de westerse cultuur te leren kennen, te zien en te ervaren na zo’n lange periode achter gesloten deuren te hebben doorgebracht. Juridisch gezien, terwijl het aan de ene kant buitenlandse bedrijven nog niet is toegestaan om op cultureel gebied activiteiten te ontplooien, mogen instituten dit alleen doen op een basis van strikte wederkerigheid. Het Frans Cultureel Centrum was een van de belangrijkste resultaten van de Frans-Chinese culturele uitwisselingsjaren. Hierover is op het hoogste politieke niveau onderhandeld wat gepaard ging met de vestiging van een Chinees cultureel centrum in Parijs. De British Council, overal in de hele wereld een onafhankelijk, niet overheidsgebonden orgaan, opereert in China als de Sectie Cultuur en Educatie van de Britse ambassade. Interessant genoeg werd het onlangs opgerichte Andersen Centrum geregistreerd als buitenlands bedrijf, een investering van het Deens Cultureel Instituut, omdat wederkerigheid nog niet is verleend aan de Chinezen in Denemarken. Daarom werd het centrum genoemd naar Andersen in plaats van het de officiële naam Danish Cultural Institute te geven.
Niets kan en alles kan
Iedere culturele en educatieve activiteit door buitenlandse instellingen moet uitgevoerd worden in samenwerking met Chinese organisaties. Taalonderwijs, één van de voornaamste activiteiten van veel buitenlandse culturele organisaties, is een belangrijk voorbeeld. Het Goethe Institut is de partner van de Foreign Language University van Beijing en de Alliance Française wordt mede geleid door een andere taaluniversiteit, het in Beijing beroemde Foreign Language Institute. De British Council heeft er tot dusver voor gekozen om geen Engels taalonderwijs te verzorgen zonder volledige zeggenschap daarover. Wel regelen zij examens en studiebeurzen. Dezelfde regel geldt voor culturele projecten. “Daarom is netwerken van essentieel belang in China”, benadrukt Dr Novak, directeur van het Goethe Institut in Beijing. “Niets kan in China en alles kan in China. Belangstelling voor een project van de kant van de Chinezen is cruciaal. Als deze belangstelling eenmaal bestaat, is het krijgen van groen licht en medefinanciering geen probleem en zal ook de censuur geen probleem vormen. Maar als er onvoldoende belangstelling is, heeft het project weinig kans van slagen. Het is ook belangrijk om te bedenken dat grote Chinese universiteiten, zoals de Beijing University en de Tsing Hua University, maar ook de kunstacademies en grote culturele instellingen, steeds vaker worden benaderd voor talloze internationale projecten.” Andere Europese culturele instellingen denken na over de verschillen in opvatting over samenwerking en organisatie, het gebrek aan een volwassen benadering van zaken als intellectueel eigendom en de obsessie met beveiliging bij het organiseren van grootschalige evenementen.
Cultuur is politiek-economisch speerpunt
Als aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan de omvang van de populatie van de grote steden in China en hun hang naar het onbekende, voor imposante evenementen zorgen. 800.000 mensen bezochten de expositie van impressionistische schilderkunst die eerder dit jaar werd georganiseerd door de Fransen in het Museum of Fine Arts in Beijing. Van een heel andere orde, meer avant-gardistisch, was Asian Field, een immense sculptuur van de Britse kunstenaar Gormley, dat 90.000 bezoekers trok in vier steden, als onderdeel van ‘Think UK’ in 2003. Het Goethe Institut organiseerde een Duits theaterfestival, gehouden in 2004 in een groot theater aan Wang Fu Jing, een drukke verkeersweg in Beijing, waar toneelstukken zoals Feuergesicht van M. Von Marienburg en Lederfresse van H. Krauser werden gepresenteerd in het Chinees. Het was een daverend succes. ‘Europe Street’, het evenement van de EU-delegatie gehou-den in september trok bijna 50.000 bezoekers verdeeld over slechts twee dagen, veelal Chinese jeugd en gezinnen, nieuwsgierig naar de Europese cultuur, toeristische informatie en de Europese keuken. De Frans-Chinese uitwisselingsjaren, legt Behaha uit, kostten ongeveer 40 miljoen euro. Tweederde daarvan kwam van Europese en Chinese bedrijven. De resultaten van deze culturele samenwerking zijn verstrekkend en omvatten verschillende gebieden: naast de permanente culturele instituten die het creëerde, zoals het Frans Cultureel Centrum in Beijing, werd een Pasteur Institute in Shanghai gevestigd en een tak van de Franse “Ecole Centrale”, een technische school, in de Aeronautics University in Beijing. Daarnaast is Frankrijk op dit moment de populairste bestemming in Europa voor Chinezen. Ook neemt het aantal studenten aan de Alliance Française nog steeds toe. Beraha benadrukt dat het belangrijkste resultaat van de culturele uitwisselingsjaren de nauwe samenwerking tussen de twee partijen was en het vertrouwen dat het creëerde voor de toekomst, met naar verwachting positieve gevolgen op politiek en economisch terrein. Cultuur is voor Frankrijk duidelijk een speerpunt voor politieke en economische verhoudingen.
Traditionele uitwisseling loopt ten einde
Aan de andere kant van het spectrum blijft Eric Messerschmidt, directeur van het Deense Andersen Centrum, voorzichtig in zijn evaluatie en toekomstvoorspellingen. “Als commercieel geregistreerd bedrijf is onze werkwijze anders dan die van de meeste buitenlandse culturele instituten in China. Wij zijn juridisch verplicht binnen de eerste drie jaar quitte te spelen. In dat opzicht moeten we behoedzaam ons beleid bepalen. Omdat we een klein land zijn, is concurrentie op kwantiteit niet mogelijk. Dus richten we ons op onze sterke punten, zoals architectuur, design, educatie, innovatie in de creatieve industrie. Er zijn ook andere regels die vooral berusten op gezond verstand: gebruik maken van Chinese sterren in toneelstukken die we opvoeren is een manier om succes te verzekeren. Chinese bedrijven zijn dan vaak beter benaderbaar voor sponsoring dan buitenlandse bedrijven, omdat ze meer merkbewust aan het worden zijn en hun visie verder reikt dan die van hun buitenlandse tegenhangers, waarvan het verloop van het expatmanagement vaak groot is.” De recente opvoering van het Copenhagen Royal Chapel Choir, dat Messerschmidt als voorbeeld noemt, werd medegefinancierd door een plaatselijk onroerend goed bedrijf uit Beijing. Voor Michael O. Sullivan, hoofd van de British Council Greater China, is de weg naar de toekomst verbonden met verschuiving vanmodellen. “Traditionele modellen van culturele uitwisseling lopen op hun einde. Terwijl 5 tot 10 jaar geleden alle projecten via de Chinese overheidsinstanties liepen en meer een soort administratieve processen waren, beginnen de zaken nu door te sijpelen naar beneden, wat een verandering betekent van zowel onze partners aan Chinese kant als de manier waarop wij werken. Het wordt steeds gebruikelijker om met onafhankelijke impresario’s te werken die goede connecties hebben en om instituten er rechtstreeks bij te betrekken. In 2006 zal er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling komen van Engelse hedendaagse kunst in het Chinese Fine Arts Museum, met als curators een samenwerkingsverband van een groep jonge Britse en jonge Chinese curators. Andere grote Britse instituten zoals het British Museum en het Victoria and Albert Museum willen zich bezig gaan houden met China en het is onze rol om dit te bevorderen en als makelaar voor deze uitwisselingen op te treden terwijl we zoeken naar punten van overeenkomst.”
Geduld
Welk advies zou men een nieuwkomer in de Chinese culturele wereld geven? Wat te verwachten van het Chinese publiek en hun reacties? China heeft zeker ook een ontwikkeld publiek, dat origineel werk waardeert en zich bewust is van wat zich elders in de wereld afspeelt. Maar dit publiek wordt gevormd door de happy few die de alternatieve Chinese optredens en kleinere theaters bezoeken. Een onlangs gepubliceerd artikel op een website voor uitgaansinformatie vermeldde dat de stad Beijing met zijn 14 miljoen inwoners slechts 10.000 vaste theaterbezoekers heeft. “Actief zijn in China vereist veel geduld”, aldus Messerschmidt van het Andersen Center. “Het Chinese publiek is nog niet zo gewend aan het veelduidig consumeren van kunst en daardoor niet vergelijkbaar met publiek in Europa. Soms wordt kunst met minder begrip behandeld dan wij als westerlingen zouden willen en we vinden het vooral moeilijk om de vaak subtiele boodschap van Noord- Europese kunst en ontwerp over te brengen. Maar het is ook zeker de moeite waard als het publiek wel reageert. Dan zijn mensen heel direct in het tonen van hun opwinding. Uiteindelijk zijn zij het die als eerste merken hoe moeilijk het is om een puur kunstzinnige expressie te beoordelen zonder een spoor van propaganda. Als ze dat zien, wordt het gewaardeerd.”
Vertaling: Liesbeth van Woerden
http://www.delchn.cec.eu.int/en/index.htm
http://www.britishcouncil.org/china
http://www.ev.buaa.edu.cn
http://www.goethe.de/peking


