SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

De Afrikaanse taal gerevitaliseerd?

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 40, 2008.
Na de apartheid leek de Afrikaanse taal een moeizame tijd te krijgen, want het stond bekend als de taal van de onderdrukker. Toch wordt het Afrikaans meer door ‘kleurlingen’ dan door blanken gesproken. Hoe gaat het nu met het Afrikaans en welke rol speelt kunst hier in?

Irma’s dilemma. Zij is een Afrikaanssprekende academica. Haar stiefzoontje gaat naar een multiculturele, Engelstalige school en spreekt thuis inmiddels een mengeling van Afrikaans en Engels. Binnenkort is hij jarig. Irma neust rond in de boekenzaak, op zoek naar een sprookjesboek. In de Engelstalige kast is de keuze overweldigend. Van de Afrikaanstalige plank vist ze een stuk of vijf lullige boekjes. ‘Wat moet ik doen?’ vraagt ze. ‘Hij is waarschijnlijk veel blijer met een Engels boek. Maar ik wil graag dat hij zijn Afrikaans niet vergeet.’ Besluiteloos staat ze met twee boeken in haar hand, in de wetenschap dat haar twijfel een metafoor is voor de staat van het Afrikaans.
Lingua francaDecennialang was het Afrikaans de officiële taal in Zuid- Afrika. Alles, van de straatnamen en verkeersborden tot school- en studieboeken, verscheen in het Afrikaans. De nadruk op de taal was onderdeel van het Afrikaner nationalisme van het blanke minderheidsbewind dat in 1948 aan de macht was gekomen. Weldra kreeg het Afrikaans een kwalijke geur: de taal van de onderdrukker, een buitensluitende snauwtaal waarin niet-Afrikaners in ‘kaffers’, ‘koelies’, ‘hotnots’ en ‘soutpiele’ werden ingedeeld. Natuurlijk was de taal niet alleen het domein van de nationalisten en racisten. Het Afrikaans was in de 17e eeuw ontstaan, als een soort pidgintaal die het Nederlands als basis had, maar daarnaast grammatica en woorden leende uit het Engels, Frans, Maleis, Portugees, Khoisan, Arabisch, Indiaas en lokale zwarte talen. Spoedig werd het de taal die door de landarbeiders werd gesproken, terwijl de elite zich nog lange tijd zou laten voorstaan op onberispelijk Nederlands. Het Afrikaans ontwikkelde zich, kortom, als de taal van de onderklasse en van hen die rebelleerden tegen de hoge heren uit Nederland. Het zou tot 1925 duren tot het Afrikaans een officiële taal werd. En pas acht jaar later werd de bijbel in het Afrikaans vertaald. Maar daarna gebruikte de Nationale Partij de taal om de economie, de wetenschap en de politiek te koloniseren en monopoliseren. Van dat levendige, bloemrijke, omarmende Afrikaans dat in de kleurlingengemeenschap en onder de arbeidersklasse was ontstaan, de lingua franca van Zuid-Afrika, wilde de nieuwe elite niets weten. Afrikaans moest een formele, beschaafde taal worden, met een aan hysterie grenzende allergie voor alle Engelse invloeden. Milkshake heette daarom ‘melkskommel’ en computer ‘rekenaar’.
MarginalisatiebeleidTaal van de onderdrukker dus. Daarom verwachtte iedereen dat het Afrikaans snel zou verdwijnen toen apartheid in 1994 haar nek brak. Het tegendeel gebeurde. Afrikaans maakte na een aanvankelijke dip een opmerkelijke opleving door. Nadat ze politiek waren buitengesloten bleef er voor de Afrikaners slechts cultuur over om zich te manifesteren; taal werd het belangrijkste instrument. Literatuur en muziek bloeien als nooit tevoren. Afrikaner schlager-cd’s zijn de beste verkochte in het land. En Afrikaans-nationalistische met een positieve boodschap’. Het is een fraai vormgegeven boekwerk met een oplage van 3000, geheel in het Afrikaans geschreven, met arty foto’s en artikelen die alles aanpakken, van seks en rock ’n roll tot kerk en literatuur. Je vindt de populist Steve Hofmeyr erin terug, maar ook een uitgebreid interview met de erudiete dichter/schrijver Breyten Breytenbach. ‘Het is een bibliotheek van gedachten en nieuwe stemmen. We kijken naar het leven, richten ons op verschillende bevolkingsgroepen en proberen meningen te etaleren die je elders niet hoort’, aldus hoofdredacteur Thomas Mollett.
Vunzig en poëtisch Een van die nieuwe stemmen is die van de 37-jarige dichter Danie Marais, die in 2006 optrad tijdens het Rotterdamse Poetry International en datzelfde jaar maar liefst drie hoofdprijzen in de wacht sleepte voor zijn debuutbundel In die buitenste ruimte. Marais vertrok in 1992 naar Duitsland, nadat hij verliefd was geworden op een Duitse vrouw. Maar hij kwijnde er weg, werd depressief en besloot uiteindelijk vrouw en Europa vaarwel te zeggen en terug te keren naar Zuid-Afrika. Hij voelde hoe zijn identiteit langzaam was weggezogen in dat vreemde land. ‘Je taal wordt die vreemde, persoonlijke taal die niemand spreekt. Je hebt wel herinneringen, maar het voelt alsof iemand die daar heeft geplant.’ Verteerd door heimwee kwam hij in 2002 aan in Pretoria. ‘Het kostte nauwelijks tijd om mijn ritme te hervinden, het voelde alsof ik in een warm bad gleed’, zegt hij, zich nog steeds verbazend over hoezeer die ook door hem ooit zo verfoeide ‘taal van de onderdrukker’ hem aan het hart lag. ‘Heel lang had ik geprobeerd een andere identiteit aan te nemen en weg te lopen voor de Afrikaner cultuur en zangers als Steve Hofmeyr hebben zich tot ware nationale pophelden ontwikkeld, die keer op keer benadrukken hoe trots ze zijn op hun Afrikaans erfgoed. Hofmeyr zong oorspronkelijk vooral in het Engels, maar een jaar of twaalf geleden ontdekte hij de kracht van zijn moedertaal. ‘Het begon toen ik me realiseerde dat we in de hoek werden gedreven’, zegt hij, verwijzend naar de regering van Thabo Mbeki die er alles aan deed om het Afrikaans te verdrukken; straatnamen werden veranderd, Afrikaner scholen gesloten en oorspronkelijk Afrikaanstalige universiteiten moesten meertalig worden. ‘Het was een welbewust marginalisatiebeleid. Onze cultuur en onze bijdragen aan de samenleving werden genegeerd. We voelden ons in de hoek gedrukt’, zegt Hofmeyr. Ook Afrikaner culturele festivals floreren. Jaarlijkse hoogtepunten zijn Aardklop in Potchefstroom, Woordfees in Stellenbosch en de Klein Karoo Nasionale Kunstefees in Oudtshoorn. ‘Alleen al aan de Kaapse westkust zijn ieder jaar 91 Afrikaner festivals’, voegt Hendrik Venter toe, de uitgever van het vuistdikke tijdschrift Pomp, een Zuid-Afrikaanse variant op Snoecks. In Pomp balt zich veel van de heropleving van het Afrikaans samen. Het is in de woorden van de makers ‘de stem en ziel van de Afrikaners, maar het verleden. Maar in Seks, Drank & Boeremusiek schreef zanger/columnist/auteur Koos Kombuis dat het antwoord op de vloek van het Afrikanerschap niet ligt in de ontkenning ervan, maar in de aanvaarding. Je kunt er niet voor weglopen.’ Marais is inmiddels de spil in een levendige scene van nieuwe, jonge Afrikaanstalige auteurs, waartoe ook kleurlingen behoren zoals dichteres Ronelda Kamfer en DJ/schrijver Clive Smith. Dankzij dichters als Marais en Kamfer, rappers als Jitsvinger, liedjesschrijvers als Gert Vlok Nel en rockbands als Fokofpolisiekar is het Afrikaans ook voor de alternatieve jongeren weer gaan leven. Zij gebruiken ‘slang’, straattaal, buitenlandse woorden. Ineens klinken Charles Bukowski, Bruce Springsteen en Tupac door in de teksten. Afrikaans keert weer terug naar waar het begin twintigste eeuw door de nationalisten werd achtergelaten: een levendig, insluitend creools, dat ontiegelijk vunzig en verbijsterend poëtisch kan zijn.
Cultureel getto‘In veel opzichten zijn wij de stiefkinderen van het westerse en het Nederlandse kolonialisme’, zegt Marais. ‘Maar waar de vorige generaties graag de Europese origine van de taal onderstreepten en beretrots waren op hun Europese komaf, realiseren wij ons hoe totaal verbasterd wij eigenlijk zijn. We zijn Creools, en daar zijn wij trots op. We willen in Afrika thuishoren, niet in Europa.’ Dappere woorden. Maar de keerzijde: al die cd’s van Afrikaanse bands, al die Afrikaanse bundels en dat fraai vormgegeven Pomp, ze worden vrijwel alleen door blanke Afrikaners gekocht en gelezen. Onderwijl converseren Afrikaner zakenmannen in het Engels, worden de universiteiten steeds Engelstaliger, emigreren jonge Afrikaners naar Australië, verloopt steeds meer email in het Engels en veramerikaanst Zuid-Afrika in rap tempo. Mogelijk wordt het Afrikaans zoiets als het Fries of het Welsh, een curiosum, leuk voor toeristen en taalkundigen. ‘Het gevaar van een cultureel getto is aanzienlijk’, beaamt schrijver Etienne van Heerden, oprichter van de succesvolle Afrikaanse literaire website LitNet. ‘Dat baart me zorgen. Dat je in de grote boekenwinkels een klein kastje krijgt met Afrikaanstalig werk. Ik vraag me af of de jonge generatie erin zal slagen om in het Afrikaans muziek te maken, erin te lezen en te schrijven, maar binnen een bredere context, zonder zich terug te trekken in een getto.’ De mannen van Pomp zijn minder pessimistisch. Zij zien het Afrikaans als levensvatbaar, zeker als ook de banden met het Nederlands en het Vlaams steviger worden aangehaald. Ze willen Pomp ook in België en Nederland distribueren. We moeten het verleden vergeten, zegt Mollett. En Venter vertelt hoe zijn in 1917 geboren vader vroeger voor Barclay’s Bank werkte, waar het de werknemers verboden was om Engels te spreken. ‘Dat was het taalbeleid destijds, dus er is niets nieuws onder de zon. Er is structureel geweld tegen het Afrikaans gepleegd. Zodra dat stopt, zal de taal weer opbloeien.’ Maar de tijden zijn veranderd. Irma is niet de enige met haar dilemma. Engels is de taal van de globalisering, en de kans dat er ooit nog een Afrikanerregering komt die haar taal weer zo op de voorgrond plaatst is gering. Het overleven van het Afrikaans is afhankelijk van de strijd tussen het economisch opportunisme en de historisch gegroeide kracht van een taal die bijna een eeuw lang haar wortels vergat en buitensloot in plaats van omhelsde.

Fred de Vries is journalist.