SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

“SICA moet in de toekomst meer de agenda kunnen bepalen”

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 23, 2004.
Scheidend directeur Inez Boogaarts:

Na ruim vijf jaren SICA neemt Inez Boogaarts afscheid van deze organisatie om voor OCW te gaan werken. De oprichter en directeur van SICA blikt terug en kijkt vooruit op haar nieuwe functie bij OCW en de toekomst van de SICA. “Er liggen grote kansen.”

Mensen die haar kennen gebruiken allemaal dezelfde kwalificaties. Deskundig, fanatiek, zeer kritisch, perfectionistisch en humoristisch, zelfspot inbegrepen. Met een enorme gedrevenheid bestierde Inez Boogaarts de SICA vanaf de oprichting. “Het begon in 1998 met de Vereniging Internationale Culturele Betrekkingen (VICB), in 1993 opgericht naar aanleiding van het advies van de commissie Gevers. Deze commissie boog zich destijds over de vraag of Nederland in het buitenland nationale instituten zou moeten opzetten naar het voorbeeld van de Duitse Goethe instituten en British Councils. Het VICB-bestuur had veel goede ideeën, maar de vereniging leidde een kwijnend bestaan omdat de middelen vooral moesten worden opgebracht door haar leden. De leden waren vooral de zogenaamde boegbeeldenvan de Nederlandse kunst als Concertgebouworkest, Holland Festival en het Nederlands Danstheater. Van de zestig leden betaalde slechts een derde een behoorlijke contributie. “Dat werkte niet. Als coördinator van de VICB werd me vrij snel duidelijk dat er in het culturele veld een grote behoefte bestond aan een goed informatie- en coördinatiecentrum voor internationale culturele activiteiten, maar dat een vereniging daarvoor niet langer geschikt werd geacht. Het bestuur vroeg Han Bakker onderzoek te doen naar een andere organisatievorm. Daar is de SICA uit voort gekomen, voorzien van net voldoende middelen om een iets stevigere organisatie in te richten. Zo begon ik op 1 januari 1999 in mijn eentje met de SICA, op een kamertje in het pand van het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten. Met advies van het nieuwe bestuur en van Rob Boonzajer Flaes, hadden we binnen vier maanden een magazine en een website. We zijn ook direct begonnen met het aanleggen van een database van culturele activiteiten in het buitenland. Eind 1999 werd de SICA de Nederlandse vertegenwoordiger van de Culturele ContactPunten, een netwerk dat vooral voorlichting geeft over Europese subsidieprogramma’s.”


Coördinerende instanties hebben vaak een lastige positie waarbij vele partijen tevreden moeten worden gesteld. De SICA onderhoudt als netwerkorganisatie veel externe contacten met zeer verschillende mensen en partijen, waarbij heldere communicatie over doelstellingen en meerwaarde van vitaal belang is en veel tact vereist. “In die eerste periode van de SICA heb ik veel aandacht besteed aan het verkrijgen en verstevigen van het draagvlak voor de organisatie. Het was opvallend dat, vanaf de eerste dag, de telefoon rinkelde met allerlei vragen om advies. Het draagvlak bij culturele organisaties werd daardoor flink geschraagd, maar bij fondsen en sectorinstituten ging dat lastiger.”
Territoriumdrift? “Misschien. Zij waren altijd al kritisch en zagen de SICA misschien wel als concurrent, terwijl de organisatie vooral op bovensectoraal niveau service wilde verlenen. Gelukkig zijn de verhoudingen verbeterd, hoewel kritiek soms uit onverwachte hoek kan komen. Nu wordt ons vaak ‘verweten’ dat we te bescheiden zijn. Wij stellen ons bij SICA erg dienstverlenend op en dat brengt mensen in verwarring. Overigens hebben we natuurlijk prioriteiten gesteld vanuit het idee dat we iets wilden toevoegen aan de sector. Een voorbeeld daarvan is de problematiek rond visa en tewerkstellings-vergunningen. De SICA heeft zich daar hard voor gemaakt. We zijn dan ook blij dat dit onderwerp inmiddels goed op de agenda staat en serieus aandacht krijgt van alle betrokken partijen. Ook voor de deelname van Nederlandse instellingen aan Statelijke Manifestaties hebben we destijds aandacht gevraagd. De discussie ging over de rol van de departementen daarin: of er dan wel of niet een centrale stichting moest komen voor coördinatie. Ook hadden we een uitgebreide checklist gemaakt met succesvoorwaarden voor deelname aan manifestaties. Op de dag dat het rapport zou worden aangeboden aan de toenmalige Staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Benschop viel Paars II. Toen is het in de la verdwenen. Maar we blijven voor en achter de schermen aandacht vragen voor deze materie.”


Vorig jaar coördineerde de SICA de Nederlandse culturele activiteiten in St. Petersburg ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van de stad. Een helse klus, die ondanks de minimale middelen behoorlijk succesvol is verlopen. “We hebben daar heel erg veel van geleerd. Belangrijkste is dat je zo’n grootschalige manifestatie nooit goed en effectief kunt opzetten als niet duidelijk is wie de centrale regie voert. De rol van de SICA was coördinerend, maar de verwachtingen van de partners en deelnemers waren zeer uiteenlopend. Ook was er kritiek dat de programmering rommelig was, maar er was dus geen intendant. Elk gezelschap of orkest en elke kunstenaar kon deelnemen.
Het St. Petersburg project bevestigde voor ons veel van wat in het rapport over Statelijke Manifestaties was vastgelegd. Tijdig beginnen, een centrale regie en voldoende geld voor programmering en marketing zijn onmisbaar voor het welslagen van een dergelijke manifestatie. Dat het toch een succes is geworden, is vooral te danken aan de vele contacten met Russische partners, waar de deelnemers zelf uiteraard veel in hebben geïnvesteerd. Voor ons heeft St. Petersburg erg veel kennis en ervaring opgeleverd, ook in zaken waarover we zelf vaak anderen adviseren. Heel nuttig dus.” Het ligt dan ook voor de hand dat de SICA in de toekomst vaker dit soort projecten gaat doen. Boogaarts is daar allerminst zeker van. “Dat is helaas volstrekt onduidelijk. Ik vind dat wij als bovensectoraal instituut dit soort taken prima kunnen doen, maar anderen denken daar misschien ook anders over. Wij hadden ons de gang van zaken rond het EUvoorzitterschap en de culturele programmering daaromheen anders voorgesteld. We hebben zeer tijdig bij OCW aangekaart dat er een collectief communicatieplan moest komen om cultuur goed in de schijnwerpers te plaatsen tijdens het EU-voorzitterschap, maar we vonden weinig gehoor. Ook voor Thinking Forward is nauwelijks geld beschikbaar voor centrale internationale communicatie en publiciteit. Dat is toch doodzonde, te meer omdat er een prachtig programma in elkaar is gezet. Ik kan het niet anders uitleggen dan een enorme onderschatting van het belang van collectieve internationale pr en communicatie, bij de ministeries en fondsen.”


Als het internationaal cultuurbeleid (icb) ter sprake komt, klaart het gezicht van Boogaarts op. “Vanuit mijn nieuwe positie bij OCW kan ik wellicht een bescheiden bijdrage leveren aan het icb. Want hoewel het nodige is verbeterd, kan het beleid worden verhelderd. Ook daar zit de onduidelijkheid voor een groot deel in de communicatie. Wat de breedte van het beleid betreft, denk ik dat het nog te diffuus is. Ik hoor vaak dat je met Buitenlandse Zaken (BZ) beter zaken kunt doen dan met OCW, omdat je met OCW nooit helemaal precies weet waar je aan toe bent. Mogelijk dat het internationaal cultuurbeleid bij OCW minder is ingebed bij de verschillende directies dan bij BZ. Er is bij OCW niet één visie. Bij BZ is dat vaak wel zo. Ik merk dat de roep om duidelijkheid in het veld toeneemt, dus dat is gunstig. Ik hoop ook dat het snoepreisjes-idee, dat nog te vaak aan internationaal cultuurbeleid kleeft, verandert.”
De reputatie van Nederlandse gezelschappen en kunstenaars in het buitenland is volgens Boogaarts niet meer wat het geweest is. “We doen het zeker niet slecht, maar er is wel sprake van navel-staarderij. Immers, velen denken nog steeds dat Nederland voorop loopt in de internationale culturele wereld. Dat mag dan misschien zo geweest zijn in de jaren tachtig, maar anno 2004 durf ik dat niet meer te beweren. Het idee dat Nederland bij de culturele voorhoede hoort is hardnekkig. Vooral bij onszelf. Bovendien verandert de wereld om ons heen sneller dan twintig jaar geleden en er is meer concurrentie. Nederlanders zijn arrogant en niet zo goed in samenwerking. Het is geen kunst om een internationale tournee te organiseren, maar echt samenwerken met belangstelling voor en nieuwsgierigheid naar de ander en naar het andere, komt veel minder voor. Dat is trouwens een van de redenen waarom Nederland relatief weinig geld binnen haalt uit EU-bronnen, waar samenwerking een absolute vereiste is. Ook denk ik dat we de cultuurverschillen en de gevolgen van een taalbarrière onderschatten. Iedereen denkt goed Engels te spreken, maar in de praktijk valt dat tegen. Bovendien zit cultureel Nederland bestuurlijk ingewikkeld in elkaar. En hoezeer ik ook het Thorbecke-principe aanhang, het wordt toch anders als je keer op keer van buitenlanders hoort: ‘Interessant dat de overheid niet zelf beslist maar daarvoor commissies met deskundigen heeft. Maar dat lijkt ons veel te ingewikkeld, wij gaan het anders doen’. Die scheiding tussen kennis, beslissen en betalen, is in de internationale praktijk behoorlijk tijdrovend en omslachtig.”


Is het voor een organisatie als de SICA mogelijk om aan te geven wat er is bereikt in de afgelopen jaren? Immers, de SICA produceert niet, maar coördineert en informeert. Dat is per definitie minder concreet en tastbaar. Boogaarts gezicht betrekt weer, ze hoort deze vraag al jaren: “Natuurlijk is het zo dat SICA niet opwindend overkomt bij veel mensen en dat SICAmag ook soms als saai wordt ervaren. Maar tegelijkertijd is saai ook nodig. We weten dat het aantal informatievragen, dat bij onze geprofessionaliseerde helpdesk binnenkomt, in de loop van de afgelopen jaren gigantisch is gestegen. We krijgen vaak goede reacties op ons magazine. Veel lezers bewaren het omdat er zoveel “nuttige
informatie” in staat. Ik denk dat de komst van de SICA bewerkstelligd heeft dat het nu duidelijker is wie waarvoor staat in de huidige gremia als het over internationaal cultuurbeleid gaat. De SICA bundelt kennis en is een wegwijzer. Die kennis delen we heel graag met iedereen die er zijn voordeel mee kan doen.” Wat wenst de scheidende directeur voor de SICA voor de komende jaren? “Een duidelijke positie en meer zeggenschap. Ik denk dat de SICA over een paar jaar in staat zou moeten kunnen zijn om de agenda in Nederland te bepalen als het gaat om internationaal cultuurbeleid. Bij de SICA zit veel expertise. We hebben een goed en zeer betrokken team en mijn opvolger is gepokt en gemazeld. Er liggen dus grote kansen.”

Jos Schuring is eindredacteur van SICAmag en freelance tekstschrijver.